| Synoniemen |
Lp(a); Lp (a); Lipoproteine a; Lpa; Lipoproteine(a) |
| Referentiewaarden |
< 60 nmol/l
Cutoff voor artherosclerotische cardiovasculaire ziekte (ASCVD): - <75 nmol: rule out - 75 – 125 nmol/: dubieus, grijs gebied - >125 nmol/l: rule in |
| Eenheid |
nmol/l |
| Materiaal |
Serum |
| Buis |
geel groot |
| Doorbellen |
Nee |
| Doorbelgrenzen |
|
| Afname conditie |
Geen bijzonderheden |
| Houdbaarheid oorspronkelijk/onbewerkt materiaal |
binnen 1 dag afdraaien |
| Nabepaling mogelijk |
Ja |
| Houdbaarheid bewerkt materiaal tbv nabepaling |
7 dagen bij 2-8°C 1 maand bij -18°C |
| Doorlooptijd |
Dagelijks op werkdagen van maandag tot en met vrijdag op CLA |
| Methode |
Turbidimetrie |
| Specificatie meetmethode |
|
| Meetonzekerheid |
11,9% |
| Meetonzekerheid tov |
|
| Bepalingsstation |
Atellica CH-module CLA |
| Opmerking Aanvrager |
De concentratie van Lpa is een onafhankelijke risico voor artherosclerose.
Lpa vormt een subfractie van het lipidenprofiel en wordt gekenmerkt door de toevoeging van apolipproteïne(a) (apo(a)) aan van apoB100 afgeleide deeltjes. De concentratie van Lpa zijn meestal genetisch bepaald en omgekeerd gerelateerd aan het aantal herhalingen van het eiwitdomein (kringle) in apo(a). Uit epidemiologisch onderzoek blijkt dat er een consistent verband bestaat met hart- en vaatziekten (CVD) en meest recentelijk met de omvang van aortastenose. Gebrek aan standaardisatie is momenteel een analytische uitdaging. Belangrijke lipiden verlagende therapieën zoals statine, fibraten en ezetimibe hebben weinig effect op de Lpa concentratie. Therapieën, zoals niacine of cholesterolestertransfereiwitremmers (CETP-remmers), verlagen Lpa en verminderen andere lipidengerelateerde risicofactoren, maar zijn er niet in geslaagd een CVD-event duidelijk te verminderen.
Proproteïne convertase subtilisine kexine-9 (PCSK9)-remmers verlagen cholesterol en Lpa en verminderen CVD-gebeurtenissen. In trials wordt ervaring opgedaan met nieuwe antisense-therapieën die zich specifiek richten op het elimineren van apo(a) en dus op Lpa uit de circulatie. Hieruit moet duidelijker worden in hoeverre interventie in Lpa een (recidief) CVD kan verminderen en indien dat zo is wat het interval is om dit dan te vervolgen. Of dat de artherotische schade al is aangericht en een daling van Lpa niets zegt. Buiten trials om wordt het vervolgen van Lpa vooralsnog niet geadviseerd. Bij Atalmedial is een spertijd van 5 jaar ingesteld; dwz dat een nieuwe analyse binnen 5 jaar niet wordt gedaan. Indien dat toch gewenst is kan contact worden opgenomen met de dienstdoende Klinisch Chemicus. |
| Link |
|
| Zie ook |
|
| Verantwoordelijk staflid |
Drs. F.J.M. Bergkamp |
| Dienstdoend staflid (overdag) |
023 2248232 |